Gevolgen (sport)verenigingen
Voor verenigingen achten de indieners het niet wenselijk een verbod in te stellen op automatisch verlengen van het lidmaatschap. De gedachte hierachter is dat verenigingen vaak minstens een jaar vooruit moeten plannen. De onzekerheid over het ledenaantal is hierdoor niet wenselijk. Tevens is van belang dat het lidmaatschap wordt beheerst door de regels van het verenigingsrecht met de daarbij behorende waarborgen (zoals o.a. vastgelegd in de statuten), hetgeen een andere situatie is dan bij het afsluiten van overeenkomst. Mede daarom hebben de indieners besloten om op verenigingen een milder regime van toepassing te laten zijn. In het wetsvoorstel is bepaald dat verenigingen ervoor moeten zorgen dat leden eenvoudig kunnen nagaan op welke wijze zij hun lidmaatschap kunnen opzeggen. Wanneer een vereniging een website of ledenblad heeft, dan dient de informatie voor opzegging van het lidmaatschap op de hoofdpagina van de website of op één van de eerste drie pagina’s van het ledenblad te worden vermeld.
Als een vereniging echter aan haar leden of aan derden buiten het lidmaatschap om andere diensten aanbiedt, dan gelden voor die diensten ook de algemene bepalingen van het wetsvoorstel aangaande contractenrecht. Dus als iemand lid van een vereniging wordt geldt het verenigingsrecht, en indien een afzonderlijk abonnement op het clubblad wordt afgesloten, geldt het contractenrecht.
Conclusie
Op verenigingen is dus wat betreft het nieuwe wetsvoorstel in beginsel slechts een beperkt regime van toepassing. Een lidmaatschap mag nog steeds stilzwijgend verlengd worden voor een jaar, indien er geen opzegging van het lidmaatschap plaatsvindt. Echter, (sport) verenigingen dienen de leden wel de noodzakelijke informatie eenvoudig te verschaffen met betrekking tot opzegging van het lidmaatschap. Bieden verenigingen losse diensten aan door middel van een contract of abonnement dan moeten zij zich ook houden aan de nieuwe formaliteiten qua opzegging.